Zeg maar jij

De Nederlandse taal is complex en voor mensen uit het buitenland moeilijk te leren. Ook voor ervaren sprekers kan onze moedertaal nog vrij uitdagend zijn. Ik heb zelf een grote voorliefde voor het Nederlands en vind dat juist haar complexiteit, haar grillen, zo mooi zijn. Ondanks dat vervloek ook ík het Nederlands wel eens, als ik iets wil omschrijven maar de juiste woorden niet kan vinden, of wanneer taalregels mijn inspiratie doen struikelen tijdens een schrijfsessie.

Waar ik me het aller ergst aan stoor is iets waar geen duidelijke regels over bestaan, iets dat je moet aanvoelen. Wanneer tutoyeer je iemand, en wanneer ga je vousvoyeren? Of, eenvoudig gezegd, wanneer gebruik je ‘u’ en wanneer ‘jij’? Dit is erg persoonsgebonden en er zijn dus niet echt regels voor. Over het algemeen zeg je u tegen ouden van dagen, vreemden en mensen met autoriteit. ‘Je’ zeg je dan tegen familie, vrienden en goede kennissen. Maar hoe zit dat met kinderen die u moeten zeggen tegen hun ouders, de personen die het dichts bij hen staan?

Voor veel mensen draait het zeggen van u om respect. Hier ben ik het eigenlijk totaal niet mee eens, en dit komt mede door mijn opvoeding. Van huis uit heb ik meegekregen dat het bezigen van het woord u, afstand creëert. Jij zeggen staat voor warmte en geborgenheid en niet voor een gebrek aan respect. Zo bedoel ik het in ieder geval niet. Natuurlijk gebruik ik wel ‘u’ tegen vreemden, maar dit doe ik ook tegen wat verder verwijderde mensen waarbij ik graag enige afstand in onze omgang bewaar.

Dat is hoe ik het gebruiken van het woord ‘u’ zie, duidelijk dus, zou je denken. Maar het draait bij communicatie niet alleen om de zender, maar ook om de ontvanger. Ik kan wel steeds ‘je’ gaan zeggen tegen mensen die aardig op me overkomen, maar wat als de mensen in kwestie het woord ‘u’ prefereren? In een gesprek ben je met z’n tweeën en moet je rekening houden met elkaars wensen, ja toch? Omdat ik het zo pijnlijk vind om gecorrigeerd te worden met: “ik heb liever dat je u zegt,” vermijd ik bij conversaties met mensen die ik net leer kennen het tutoyeren in het begin. Maar er zijn uitzonderingen. Sommige mensen geven me zo’n vertrouwd gevoel dat ik haast zonder nadenken overschakel op jijen en jouwen. Om maar een voorbeeld te geven: toen ik Matthijs van Nieuwkerk (wie kent hem niet) ontmoette, sprak ik hem zonder aarzeling aan met ‘jij’ en ‘jou’, terwijl ik daarvoor nog dacht dat ik dat nooit zou durven.

Het blijft iets vreemds, dat tutoyeren. Nee, dan het Engels, waar voor ‘jij’ en ‘u’ dezelfde term wordt gebruikt. Eén van de redenen waarom de Engelse taal zo schitterend, maar ook zo veilig te gebruiken is.

One Reply to “Zeg maar jij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *