De waan van het bestaan

Iedere keer dat ik over straat loop, in de trein zit of in een drukke winkel sta, overvalt het besef me weer: al die onbekenden om me heen leiden allemaal uiteenlopende levens waar ik geen weet van heb. Ik zie ze, hoor ze om me heen en onze levens raken elkaar voor een paar seconden, om zich vervolgens weer – hoogstwaarschijnlijk voor goed- van elkaar te scheiden. De wereld wordt anno 2016 bevolkt door zeven miljard mensen met allemaal hun eigen leven, dromen, familie en idealen. Terwijl ik nu hier op mijn in rap tempo verouderende laptop zit te tikken alsof mijn leven er vanaf hangt, is de kans groot dat iemand, ergens aan de andere kant van de wereld of misschien een straat verder, werkelijk moet vechten voor zijn of haar leven, je weet het niet. Maar al die levens leven voort parallel aan elkaar, in dezelfde voorbij strijkende tijd, zei het niet in dezelfde tijdzone. Iedereen leeft zijn of haar eigen leven en heeft slechts contact met een miniem, niet met het blote oog waar te nemen deeltje van de wereldbevolking: onze vrienden, familie, kennissen en collega’s.

Of dit een deprimerende gedachte is, hangt er vanaf hoe je tegen het leven aankijkt. Deze gedachte laat me beseffen hoe reuzachtig de wereld is in vergelijking met mijzelf. Ik, die net als ieder ander betekenisloos opga in de massa. Als je graag anoniem een gelukkig leventje wilt leiden is deze gedachte lang niet zo somber dan wanneer je graag in het middelpunt van de belangstelling staat.

Tevens begrijp ik niet waarom ik hier eigenlijk zo vaak bij stilsta. Het gebeurt niet zelden dat ik naast iemand in de trein zit en me afvraag: waar gaat diegene naartoe en waarom? Wel weet ik dat, als je er op let, je best wel bijzondere mensen tegenkomt. Afgelopen donderdag bijvoorbeeld had ik een ontmoeting met een dakloze. De man had een kapotte heup en moest dus ook nog eens met krukken lopen. Hij zat langs de route die van het station naar mijn school liep, een grote, blauwe tas en zijn krukken uitgespreid voor hem op de grond. Hij was gelukkig niet alleen, maar genoot van het gezelschap van zijn grote, zwarte rottweiler. We hadden een kort gesprek waarin hij mij veel over zichzelf vertelde. Hij was op straat gaan wonen voor zijn hond, omdat het brave dier alles voor hem is. Nu slaapt hij nachten lang in de ijzige kou, maar gelukkig kan hij soms bij zo’n daklozenopvang terecht, die worden opengesteld als het écht te koud wordt om nog buiten te slapen. Wat is ons land humaan, ja toch? Hij was die afgelopen nacht weggejaagd van de plaats waar hij sliep en zat hier nu, geen idee waar hij heen moest. Ik voelde me bijna schuldig, omdat ik na mijn lange schooldag gewoon terug naar een warm huis kan waar mijn moeder voor me kookt.

Ik kan nog steeds maar moeilijk bevatten dat een land dat zo welvarend is, toch daklozen kent. En dan heb ik het niet alleen over assielzoekers, want deze man was oerhollands. We zorgen dus niet alleen slecht voor de buitenlanders, maar ook voor ons eigen volk. Hoe kan het, dat iemand niets heeft en op straat leeft in een land waar uitkeringen bestaan en de media zo veel aandacht besteden aan maatschappelijke problemen? Natuurlijk ken ik het verhaal van deze man niet en heb ik geen flauw idee in hoeverre het zijn schuld is dat hij nu in deze situatie verkeert. En misschien zijn dit slechts de geschrokte gedachten van een onnozele, wereldvreemde studente. Toch, de wereld is soms zo vreselijk oneerlijk, iets wat iedereen natuurlijk al weet. En op deze overvolle planeet van ontelbare verhalen leven wij. Dus laten we er met z’n allen het beste van maken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *