Zure regens (Verhaal van de maand)

De geur van de dood hangt zwaar en bijtend tussen afbrokkelende gebouwen. Afbrokkelen? Misschien is verkruimelen een beter woord. De groene mist reduceert ieder gebouw in de wijde omgeving tot grijs stof, dat door de harde wind alle kanten opwaait, en omhult de plaats des onheils tegelijkertijd met een onnatuurlijke gloed. Maura en Leroy sprinten hand in hand door de straten, uit alle macht trachtend het dodelijke gas voor te blijven. De atmosfeer voelt zwaar aan, drukt op hun huid, vermorzelt hun hoop op overleven als een vlieg onder een mensenvoet. Iedere misstap, iedere ademteug kan de dood tot gevolg hebben. Maura omklemt de hand van haar kleine broertje wat steviger. Ondanks de beklemmende hitte om hen heen voelt Leroy’ s huid ijskoud aan tegen de hare.

Ze voelt hoe hij vertraagt. Waarschijnlijk is hij al bijna door zijn energiereserves heen.  Zelf voelt ze zich ook niet al te best. Haar hoofd voelt zwaar, ze is duizelig en haar ogen branden.

“Volhouden,” stoot ze verstikt uit.

“We zijn er bijna.” Waar ze precies bijna zijn, weet ze zelf niet, maar Maura wil er alles aan doen om er voor te zorgen dat Leroy blijft lopen.

En dan slaat het noodlot toe. Leroy siddert en klapt dubbel. Piepend hapt hij naar adem. Maura’s hart slaat drie slagen over. Haar wereld ligt in een mum van tijd op z’n kant.

“Leroy!” Hij hoest en het klinkt afschuwelijk, alsof zijn luchtpijp is weggebrand. Dikke stromen donkerrood bloed vloeien uit zijn half geopende mond en kleuren zijn lippen en kin. Maura’s handen glijden van hem af wanneer hij op zijn knieën valt. Haar adem giert door haar keel, terwijl ze naast haar stervende broer op de stoffige grond zakt. Ze heeft geen oog meer voor de zurige mist, vrijgekomen uit de bommen die een half uur geleden haar huis verwoestten en haar ouders doodden. Ze kijkt toe hoe haar broer van binnenuit verbrandt en een deel van haar mee sterft. Zijn botten verkruimelen tot stof, zijn huid verdampt… Zijn dood is ongetwijfeld veroorzaakt doordat hij een miniem beetje van de dodelijke dampen heeft ingeademd, beredeneert haar verdoofde geest. Zodra ze tot die conclusie is gekomen springt Maura overeind. Ze denkt niet meer. Ze bestaat alleen nog maar uit adrenaline. De laatste restjes van haar broer verwaaien in de wind, terwijl ze weg rent van een hete regen van puin en de stad Brussel achter haar in rook opgaat.

Mas komt de kamer binnen met een dienblaadje vol kopjes koffie. Hij zet het voorzichtig op de kleine salontafel voor haar neer. Maura slaat de deken van zich af, waarbij ze zorgvuldig haar ontbrekende rechter voet ontziet. Ze pakt een kopje op, voornamelijk om haar handen te warmen. De kou is in haar botten geslopen sinds de verdwijning van Brussel. Mas werpt haar een terloopse, bezorgde blik toe, zoals hij wel vaker doet. Hij pakt de afstandsbediening van de Nieuwsglobe. De glazen bol aan de muur licht op. Het pijltje van de afstandsbediening staat al op België, het landelijke nieuws. Bovenaan de bol knippert een helrood licht: prioriteitsnieuwsbericht. Mas verschuift het pijltje naar de flikkering en klikt. Maura snakt naar adem als de weergave van de landen overgaat in het beeld van een van boven gefilmde woestenij. Grote gaten in de grond omringt door puin en hier en daar een deels overeind staand gebouw. De globe toont het beeld van een stad die overduidelijk door dezelfde ramp getroffen is als Brussel, maar het is Brussel niet. Een voice-over geeft inlichtingen bij de beelden:

“…wat er over is van Los Angeles, één van de steden die vorige week, op de ochtend van 30 januari, getroffen is door een mysterieus bombardement. Reeds is bekend over deze bommen dat ze een zuur bevatten dat niet bekend is bij de overheden en bij de wetenschap. Het zuur dat vrijkwam bij de explosies en zich razendsnel verspreidde, blijkt in staat door alle soorten materialen, organisch en mechanisch, heen te branden. Ook brandt het door alle onbewerkte, natuurlijke stoffen heen. De reden dat er nog geen gaten tot aan de aardkern zijn ontstaan, is dat het zuur zichzelf opbrandt.” Zes logo’s van bekende automerken verschijnen in beeld.

“De aanslagen hebben enkele overeenkomsten. Ten eerste vonden ze allemaal tegelijkertijd plaats, op donderdag 30 januari om 07:37, en de aanslagen werden uiteraard gepleegd met dezelfde middelen. Verder zijn alle zes de steden die getroffen zijn, locaties waar de hoofdkantoren van de zes laatste benzineauto’s producerende autofabrikanten, gevestigd zijn. Toeval, werd eerst gedacht. Echter, recente gebeurtenissen werpen een nieuw licht op deze zaak…”

Maura trekt zachtjes de deur van het huis, dat in korte tijd zo vertrouwd is geworden, achter zich dicht. De schemering is al ingetreden en kleurt de lucht diep paars. Het is begin februari, maar toch hangt er op deze winteravond nog een klamme warmte in de lucht, die maar heel langzaam afneemt. Het jaar 2053, dat voor haar, net als ieder jaar, begon als een schone lei. Eén maand later en ze is alles kwijt. Geen huis meer, geen familie, geen school, geen rechter voet. Al heeft ze geluk gehad. Als Mas er niet was geweest, was ze waarschijnlijk wel wat meer ledematen kwijtgeraakt. Maar ze heeft al te lang van Mas’ gastvrijheid genoten. Het is tijd om verder te gaan, al heeft ze niets om naar terug te keren. Nu ze weet dat de terroristische organisatie Inferno achter de aanslagen zit, en dat ze net zo lang zullen doorgaan tot de mensheid het milieu niet meer bedreigen kan, kan ze gewoon niet stil blijven zitten. Opkomen voor het milieu is natuurlijk prima, maar hun motto, “als de wereld brandt, zal de mensheid ook branden”, jaagt de rillingen langs haar rug. Hun dreiging, die sinds de 30ste van januari in de lucht hangt, doet haar desondanks amper iets. Hoe haar queeste, haar zoektocht naar antwoorden, ook zal eindigen, Maura heeft niets meer te verliezen.

 

One Reply to “Zure regens (Verhaal van de maand)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *