Glad IJS (Verhaal van de maand)

“Kijk mam, die zwarte Piet verkoopt chocomel!” Met rode koontjes van de opwinding en de kou wijst mijn dochtertje Rosita naar de donker getinte man, die bij een kraampje met dranken bekertjes vol schenkt met de zoete, dampende vloeistof. Of hij Nederlands spreekt weet ik natuurlijk niet honderd procent zeker, maar ik ben me er wel ter degen van bewust dat hij binnen gehoorsafstand van Rosita’s enthousiaste gekraai staat. Haar reactie schrokt me dan ook enorm.

“Stil lieverd, dat is geen zwarte piet.” Ze kijkt me aan met grote ogen.

“Hij is toch zwart mama?” Ik pak haar bij haar kleine armpje en trek haar richting schaatsbaan.

“Kom, dan gaan we je nieuwe schaatsjes uitproberen!”

Vanaf de zijlijn kijk ik toe. Ik zie Rosita als een ware ijsprinses over de baan gaan: draaiend en dansend tussen haar stuntelende leeftijdsgenootjes door. Een sportheld, net als haar vader. Onbewust maken mijn hersenen een vergelijking tussen haar sierlijke schaatsmanoeuvres en haar zesjarige brein. Haar gedachtegang is ongetwijfeld net zo soepel, sierlijk en zorgeloos als haar ge dans op het IJs. Tevens is ze er in beide gevallen nog niet van bewust hoe glad de ondergrond onder haar voeten werkelijk is. Ze is slim, mijn kleine meid, maar het zal nog lang duren voor ze beseft in wat voor een leeuwenkuil ze leeft. Dit land, dat wordt gezien als een beschaafde natie, waarin we voor elkaar horen te zorgen volgens de regering, waar gelijkwaardigheid zou moeten heersen. In datzelfde land wordt een traditie, opgevoerd ter ere van de jongsten onder ons, die voor het grootste deel ook het onschuldigst zijn, neergezet als racisme. Mensen bedreigen en beledigen elkaar om een kinderfeestje via televisie, radio, kranten en sociale media. En Rosita, één van de onwetende kleine wondertjes waarvoor dit feest bestemd is, weet hier niets van en zou er ook niets vanaf mogen weten. Natuurlijk krijgt ze er wel wat van mee. Vorige week nog vroeg ze me waarom mensen op tv zo boos waren op zwarte Piet.

“Ze zijn toch hartstikke lief mama? Ze geven ons pepernoten en ze zijn altijd vrolijk.” En daar stond ik met mijn mond vol tanden. En nu heeft ze, op een openbare plek en omringd door opgefokte volwassenen, een man met een donkere huid beledigd. Ik probeer op te gaan in het plezier dat mijn dochtertje nu heeft, maar in stilte vraag ik me met angst en beven af hoe lang het zal duren voor de eerste dreigbrieven van verre kennissen en achterburen binnenstromen.

 

En dan zie ik hem: de donkere man in de lange jas. Hij is achter zijn stalletje vandaan gekomen en loopt in een rechte lijn op me af. Inwendig smeek ik dat hij Rosita met rust zal laten, dat hij al zijn verontwaardiging op mij, de moeder, afreageert. Het lijkt erop dat mijn smeekbeden gehoord worden. De man neemt naast me plaats op het muurtje langs de schaatsbaan. Ik durf hem amper aan te kijken. De stilte tussen ons groeit en wordt zwaarder en zwaarder.

“Lief meisje. Is dat uw dochter?” Zijn accent lijkt me Surinaams, maar verder spreekt hij prima Nederlands.

“Het spijt me,” is mijn eerste reactie. Hij kijkt me recht aan en trekt zijn wenkbrauwen op.

“Wat spijt u precies?”

“Nou, dat ze u voor een… dat ze u voor een zwart- een Piet uitmaakte.” Hij glimlacht weemoedig.

“Zit u daar serieus mee?” Ik kijk hem verwondert aan.

“Het probleem met deze samenleving,” begint hij, “is dat zwarte Piet de laatste jaren wordt geassocieerd met racisme. Ik snap dat niet. Iedereen weet toch dat Piet zwart is omdat hij elke avond door een schoorsteen roetsjt? In theorie slaat het nergens op, maar dat hele Sinterklaasfeest is een verzinsel.” Hij kijkt even kort naar de kleine schaatsbaan en de ronddartelende kinderen.

“Ik heb liever dat een kindje me aanziet voor een vriendelijke pepernotenstrooier dan voor een zwarte Surinaamse pedoneger. U bent geslaagd in uw opvoeding. In plaats van dat uw dochter denkt dat ik eng of misschien gevaarlijk ben, ziet ze me als onderdeel van de Nederlandse cultuur.” Ik kijk hem stomverbaasd aan.

“Denkt u er echt zo over?”

“Tuurlijk. En als de Sint uit het land is zien ze me niet eens meer als achtergelaten zwarte Piet, wist u dat? Ze maken die associatie nu, omdat het er de tijd van het jaar voor is.” Als hij me opnieuw aankijkt is zijn blik warm en vriendelijk. Rosita scheert luid roepend vlak langs ons. Ze zwaait naar de Surinamer naast me. Hij zwaait terug.

One Reply to “Glad IJS (Verhaal van de maand)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *