Geen drugs voor de chauffeurs (Verhaal van de maand)

Dit verhaal heb ik geschreven tijdens de 2e selectiedag voor de studie Creative Writing. Het verhaal moest gaan over twee personen in een auto, waarbij er later een derde personage werd geïntroduceerd.  Dit heb ik er van gemaakt.

******************************

Het waren Danny en Vince geweest die de rode Mercedes hadden gestolen. Het voertuig had er onbewaakt bijgestaan, met de sleuteltjes nog in het contact. Niemand keek, niemand riep, toen ze er op volle snelheid mee weg scheurden. Ze reden nu iets rustiger dan eerst, maar nog steeds boven de toegestane maximum snelheid. Danny zat achter het stuur, want Vince volgde nog lessen om een vierde poging tot slagen bij het rijexamen te ondernemen. De auto was snel en stil, maar het zou niet lang duren voor de politie achter hen aan zou zitten.

“Zet er wat vaart achter, wil je,” zei Vince, terwijl hij gespannen in de achteruitkijkspiegel tuurde.

“Dan trekken we de aandacht.” Danny bleef kalm, zoals hij altijd in zo’n situatie was.

“Prima, als jij dat belangrijker vindt dan dat spul veilig daar te krijgen.”

“Nee, natuurlijk niet. Ik besef heus wel hoeveel er vanaf hangt, Vince.” Hij had geen zin in deze discussie. Nee, hij deed er beter aan om op de weg te blijven letten.

“Luister, als we rustig rijden maken we juist meer kans om zonder dat we worden aangehouden onze bestemming te bereiken. Serieus man, wat denk je wat er zou gebeuren als de politie ons aanhoudt wegens te hard rijden en dat ze ontdekken dat deze auto gestolen is? En stel nou dat ze ook nog die pillen vinden…” Een ringtone schalde door de kleine ruimte. Vince pakte zijn telefoon op en keek ernaar alsof het ding ieder moment zou kunnen ontploffen.

“Het is Andrea.”

“Neem op,” zei Danny zonder zijn blik van de weg te halen.

“Zet maar op de speaker.” De stem van Andrea, de moeder van de vriendin van Vince, vulde de wagen.

“Vince?”

“Ja, An. W-wat is er?”

“Ik zat me te bedenken, je hebt geen auto toch? Het is misschien beter als we Luna meteen naar het ziekenhuis brengen. Jij hebt het nummer van die vriendin waar ze logeert. Bel haar anders even.”

“Om eerlijk te zijn, we hebben een auto gejat. We zijn bij Luna over twintig minuten, denk ik.”

“Jullie hebben wat?”

“Ja nou, ik was in paniek. Danny heeft nog steeds geen geld voor een auto en die van mijn ouders was bij de garage. We besloten maar met de bus te gaan, maar toen zagen we die auto staan met sleuteltjes erin en toen dachten we… nou ja, het is sneller dan met de bus.” Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn.

“Ik wil niet rot doen lieverd, maar je raakt te snel in paniek. Luna heeft wel vaker zulke zware aanvallen gehad en natuurlijk heeft ze haar medicijnen nodig. Maar om nou gelijk met een gestolen wagen naar haar toe te crossen om ze te brengen…”

“Zie je, ik zei het toch?”, bemoeide Danny zich ermee. Vince wierp hem een kwade blik toe. Andrea zuchtte.

“Hoe dan ook, geen zorgen. Ze is nog aanspreekbaar, want ze heeft me net gebeld. Geen zorgen. Als je de auto gewoon straks terug brengt naar de politie, krijg je misschien ook minder problemen.” Vince beëindigde het gesprek en het bleef lange tijd stil. Toen zei Danny:

“Toen Luna’s vriendin je belde en zei dat Luna een aanval had en zonder medicijnen zat, dacht je niet meer na. Je liet alles uit je handen vallen en haalde me over om deze auto te jatten. Vince, ik ben je beste vriend, maar ik laat me nooit meer zo door je gek maken.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *