De engelenboom (Verhaal van de maand)

Midden in de kamer stond een frisse, groene spar. Brenda’s moeder liep er omheen, terwijl ze de boom vol overgave versierde. Brenda zat op de bank. Ze hield niet van kerstbomen en zeker niet van diegenen die haar moeder versierde. Ze keek toe, terwijl haar moeder een klein engeltje van zilver uit een grote, witte doos haalde.

“Waarom hang je die stomme boom vol engeltjes, mam? Je kunt er ook iets anders in doen: kerstballen, klokjes of van die chocoladekransjes… die zijn ten minste eetbaar.” Elk jaar stelde ze dezelfde vraag. En elk jaar kreeg ze hetzelfde vage antwoord. Maar dit jaar niet.

“Daar kom je snel genoeg achter, lieverd,” zei moeder, terwijl ze het laatste engeltje ophing. Ze deed een stap achteruit om haar werk te bekijken. Brenda keek ook. Zoals altijd hing de kerstboom vol engelen. En natuurlijk waren er lichtjes, tientallen lichtjes die in lange snoeren langs de takken kronkelden. Tussen de takken gloeiden engeltjes op in vele kleuren.

“Mooi mam. Leuk, al die verschillende soorten kerstversieringen.” Die sarcastische opmerking maakte ze ook elk jaar.

“Als je het beter kan, moet jij maar eens de kerstboom versieren.” Gaf moeder als antwoord. Gelukkig, dat zei ze wel ieder jaar.

Het was stil buiten, maar achter elk raam dat Brenda passeerde gloeide licht. Het was Kerstavond en iedereen zou vast al aan het feest vieren zijn. Brenda dacht aan haar vader en moeder. Haar moeders obsessie voor engelen was begonnen na de dood van haar vader. Die stierf elf jaar geleden, een week voor Kerst. Toen hij haar moeder net had ontmoet, liet hij een tattoo van een engel op zijn linker pols zetten. Brenda was drie geweest toen haar vader overleed, maar toch kon ze zich nog haarscherp herinneren wat haar vader tegen haar over die tatoeage had gezegd:

“Dit is een herinneringsteken. Dat ik maar nooit mag vergeten dat ik een ziel heb en dat ik mijn hart deel met jouw moeder en met jou.” Ze was twee toen hij haar dat vertelde. Toch zou ze deze woorden nooit vergeten. Brenda dacht dat haar moeders obsessie veroorzaakt werd door die bijzondere tatoeage.

 

De sneeuw knerpte onder Brenda’s voeten, terwijl ze door de verlichte straten van haar dorp liep. Op het dorpsplein stond een meters hoge kerstboom. Hierin hingen niet alleen kerstengelen, maar ook kerstballen, kerstklokjes en chocoladekransjes. Ze trok een kransje uit de boom en knabbelde er op terwijl ze terug naar huis liep.

 

Later die avond zaten Brenda en haar moeder bij de kerstboom. Ze dronken warme chocolademelk en vertelden elkaar verhalen. Dit was traditie in hun huis. Voor de elfde keer vertelde haar moeder het verhaal van haar vaders dood. Eigenlijk was Brenda’s vader om het leven gekomen door een auto-ongeluk. De wegen waren spiegelglad en er was een sneeuwstorm uitgebroken. Vader was op de terugweg van zijn werk naar huis. Hij reed gewoon in zijn auto toen hij geraakt werd door twee auto’s, die in een ruime bocht geslipt waren en vaders auto vol troffen. De auto sloeg over de kop en Brenda’s vader overleed een kwartier later op weg naar het ziekenhuis. Brenda’s moeder had er een heel ander verhaal van gemaakt, om het verlies dragelijker te maken. In haar verhaal werd zijn ziel, toen hij op weg was van werk naar huis, meegenomen door een engel, omdat hij gewoon te goed was voor de wereld. Brenda vond het een mooi verhaal, al wist ze dat er niet veel van waar was. Zij en haar moeder hielden allebei heel erg van verhalen verzinnen. Vaak vertelden ze elkaar dezelfde verhalen, omdat die bij de ander aansloegen.

 

Na hun vertelavond pakte moeder onverwachts Brenda’s hand.

“Schatje, je moet iets voor me doen.”

“Wat dan?,” vroeg Brenda geschrokken door haar moeders serieuze toon.

“Ga om vijf voor een in de nacht bij de boom zitten. Dan snap je ook meteen waarom die vol engelen hangt.” Vijf voor een, het tijdstip waarop haar vader was overleden. Brenda knikte verbijsterd.

 

Die nacht liep ze zachtjes de trap af. Het huis was stil en afwachtend. Haar blote voeten raakten de koude tegels. Ze rilde. Waar was ze mee bezig? Waarom zou ze in haar eentje op dit late uur bij de kerstboom gaan zitten? Ze hield niet eens van kerstbomen. Zeker niet van diegenen die haar moeder had versierd. Ze duwde de deur van de woonkamer open. De kamer werd zwak verlicht door de kerstboom, die moeder had aangelaten. Brenda ging in haar moeders gemakkelijke leunstoel naast de boom zitten. Wat nu? Ze keek op haar horloge. Het was zes voor één. Ze was één minuut te vroeg. Brenda leunde achterover en sloot haar ogen.

 

Ze schrok wakker van een ruisend geluid vlak naast haar oor. Ze opende haar ogen. Verbaast wreef ze er in. Het kwam vast doordat ze heel even geslapen had dat ze de takken van de boom zag bewegen. Nee, niet de takken. De engelen die aan de takken hingen bewogen. Ook straalden ze een vreemde gloed uit die niet veroorzaakt werd door de kerstverlichting. Ze hadden die gloed van zichzelf. Een gouden gloed die vanuit het binnenste van iedere engel leek te komen. Gebiologeerd bleef ze er naar staren. De gloed werd sterker en overschreeuwde de kerstverlichting. De boom werd nu omhult door een mysterieus gouden licht, dat alles, ook haar, leek te verzwelgen. Toen zag ze het. Het was vaag, als een spiegelbeeld in het water, maar toch duidelijk. Haar vaders hoofd, met de lange, bruine krullen en de donkerbruine ogen, keek haar glimlachend aan vanuit het licht van de kerstengelen. Als gehypnotiseerd stond Brenda op en schuifelde dichter naar de boom toe.

“Papa,” fluisterde ze.

“Meisje, eindelijk is het zo ver.” Zijn glimlach werd breder.

“Elk jaar, terwijl ik met je moeder praatte, heb ik naar je verlangt. En nu kan ik eindelijk met jou praten.”

“Hoe, h-hoe,” hakkelde ze.

“De engelen. Toen ik nog leefde wist ik al dat engelen bijzonder waren. Niet door wat ze betekenen, maar door de betekenis die mensen aan ze geven. Als voorwerpen of symbolen geladen worden met betekenissen, kunnen ze sterk genoeg zijn om eens per jaar een ziel van een overledene terug te laten keren naar de aarde en te verbinden met een persoon, zodat ik eens per jaar met één van jullie kan praten.”

“Maar je bent al elf jaar… dood. Waarom kan je dan nu pas met me praten?”

“Omdat je nog te jong was. Je ziel moet een bepaalde tijd op aarde zijn voordat die verbonden kan worden met een lichaam loze geest. Ik heb dit jouw moeder ook verteld. Daarom heeft ze gewacht en niets verteld.” Brenda keek in de ogen die ze al elf jaar niet meer had gezien. Ze voelde haar hart langzaam maar krachtig tegen haar ribben slaan.

“Maar waarom kom je met Kerstmis, terwijl je voor Kerst al dood bent gegaan?,” vroeg ze met trillende lippen.

“Omdat Kerstmis een bijzondere tijd is, waar veel gedachtekracht gebundeld wordt. Mensen voelen zich verbondener met elkaar en het is prettiger om jezelf in die magische tijd te openbaren.” Brenda werd zich bewust van de warmte die van de kerstboom af sloeg. De hitte verwarmde niet alleen haar huid, maar ook haar hart en bloed.

“ik moet bijna gaan. De minuut die ik heb is bijna voorbij,” zei haar vader zacht.

“Kom dichter bij, meisje.” Brenda deed nog een paar stappen naar de boom toe. De gouden gloed die door de engelen werd uitgestraald werd sterker. De huiskamer vervaagde. Ze voelde en zag haar vaders warmte en liefde overal om haar heen. Het voelde alsof ze door hem werd omarmd.

 

Brenda opende haar ogen. Ze lag in haar eigen bed, onder de warme dekens. Ze duwde zichzelf overeind. Meteen kwam het beeld terug van de kerstboom en haar vader. Dat was natuurlijk allemaal een droom geweest. Omdat ze het erg heet had onder de dekens stapte ze uit bed en liep snel naar de badkamer. Het was nog erg vroeg in de ochtend. Haar moeder sliep nog.

 

In de badkamer gooide ze koud water in haar gezicht. Haar oog viel op haar linker pols. Ze verstijfde. Op haar pols lichtte een afbeelding van een kleine engel met gespreide vleugels op. In haar hoofd hoorde ze haar vaders stem:

“Tot volgende Kerst, lieverd!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *