Een overijverige klier

Moor/ februari 9, 2024/ Gezondheid, Levensveranderend(?), Persoonlijk

Ziekenhuizen, sommigen zien ze dagelijks van binnen, anderen fietsen er hooguit langs. Ik ken genoeg mensen met een beperking aanverwant aan die van mij die de ziekenhuizen plat lopen. Soms voor oogonderzoeken, maar vaker ook omdat hun visuele beperking deel uitmaakt van een complexere aandoening waar meer medische klachten bij komen kijken. Ik prijs mezelf dan ook gelukkig met mijn gezonde lijf. Ik zei het al eerder en nu zeg ik het weer: het hebben van een gezond lichaam dat precies zo werkt als het zou moeten werken is echt niet zo vanzelfsprekend, en toch nemen velen het als zodanig aan, zorgen er slecht voor en zingen jolig “liever te dik in de kist, dan weer een feestje gemist” zonder er bij stil te staan dat bij sommige mensen hun lichaamsgewicht weinig te maken heeft met hun voedselinname. Goed, je begrijpt, ik hecht veel waarde aan gezond leven. Toen acht jaar geleden bleek dat er toch iets niet helemaal goed bij me zat, kwam dat dan ook als een enorme klap aan.

Ik schrok me een bult

“Heb je misschien iets aan je schildklier?”, vroeg een opmerkzame vriendin van mijn bonusmoeder me, ergens in het najaar van 2016. “Je hebt zo’n bult in je nek.” Een bult?! Mijn anders zo gevoelige vingertoppen hadden de lichte zwelling in mijn hals nog niet eerder opgemerkt, maar nu voelde ik het. Ik trok letterlijk wit weg. Die overgevoelige fysieke reactie had ik al eerder dat jaar gehad, toen een kapster me vertelde dat ik meer dan gewoonlijk last had van haaruitval. En oh ja, toen ik datzelfde jaar bloeddonor wilde worden en een miniem prikje in mijn vinger voor het meten van het IJzergehalte in mijn bloed me bijna liet flauwvallen. Wat ben ik als je het zo bekijkt toch eigenlijk een zacht eitje, haha. Maar goed, ik was toch wel een beetje in paniek geraakt, want wat een schildklier doet en wat de gevolgen zijn als deze opgezwollen is, daar wist ik toen natuurlijk nog niets van af. Dat is nu wel anders.

Dus, even voor wat extra achtergrond, eerst wat informatie over dit fascinerende orgaan. De schildklier is een vlindervormig orgaan, opgebouwd uit kleine blaasjes. Hij maakt schildklierhormonen aan die een rol spelen in vrijwel alle lichaamsweefsels en organen. Deze hormonen zijn belangrijk voor de stofwisseling, voor de groei en de geestelijke ontwikkeling. Baby’s en kinderen zijn voor hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling  afhankelijk van een juiste hoeveelheid beschikbare schildklierhormonen. Als alles goed werkt, wordt er genoeg schildklierhormoon gemaakt. Daarmee heb je genoeg energie. Je hebt het warm genoeg als het koud is. Als het warm is, transpireer je. Je valt niet zomaar af of komt niet zomaar aan. De schildklier beïnvloedt zaken zoals eetlust, opname van voeding, beweeglijkheid van de darm, verbranding van voedingsstoffen, temperatuurregulatie, hartslag, bloeddruk, concentratie, energie  en geestelijke stabiliteit. Het is dus een tamelijk belangrijk orgaan.

Struma!

Zo kwam het dat mijn schildklier en ik een bezoekje aan de huisarts brachten, die ons doorverwees naar de internist. Eerst nog even bloedprikken tussendoor, waarbij het me lukte niet om te vallen. Uit het bloedonderzoek kwam gelukkig naar voren dat mijn schildklierwaarden goed waren: het orgaan deed wat het moest doen, niets meer en niets minder. Maar waarom was ie dan zo gezwollen? We wilden het naadje van de kous weten en dus kregen we een vervolgafspraak. De internist vertelde me dat deze aandoening struma heet en dat deze bij veel mensen voorkomt. Als ik me zo goed bleef voelen als ik nu deed en geen last kreeg bij het slikken of ademen, kon ik er beter niets aan laten doen, zei hij. De klier opereren kon hem namelijk beschadigen, als ik hem weg liet halen moest ik de rest van mijn leven aan de medicatie en met radioactief jodium behandelen – ja dat kan echt – zou waarschijnlijk nauwelijks helpen. Dus ik besloot het hierbij te laten. Dit alles was in 2017.

De jaren verstreken. Ik raakte steeds meer gewend aan mijn nieuwe uiterlijke kenmerk. Waar ik in het begin nog sjaaltjes droeg om het ding te verbergen, begon naarmate de tijd verstreek en mijn naasten hem al bijna niet meer zagen, de schaamte af te nemen. Ik bedoel: ik was ook al scheel, en de blikken van omstanders kon ik toch niet zien. Ik ontdekte trouwens ook dat het de meesten niet eens opviel, zo op het eerste gezicht. Mensen die er zelf ervaring mee hadden, die zagen het het snelst. Zo kreeg ik na mijn afstudeerpresentatie van mijn afstudeerbegeleider de vraag of ik iets aan mijn schildklier had.

De tweede ronde in de zorgmolen

Ik had dus niet echt last van deze onwelkome bobbel en voelde me weer innig tevreden in mijn verder zo gezonde lichaam. Mijn schildklier bleef doen wat ie most doen en ik kreeg geen last van benauwdheid of pijn bij het slikken. En toch vlamde zo’n twee jaar geleden de onrust weer op. Hij leek te groeien, vonden mijn beide ouders afzonderlijk van elkaar, en of ik er toch niet nog eens naar moest laten kijken? Ik woonde toen al een tijdje in Weesp en had pas een nieuwe huisarts. Toen ik bij haar langs kwam ter kennismaking, begon ze uit zichzelf over mijn struma en of ik er nog eens naar wilde laten kijken door een specialist. Alsof het zo had moeten zijn. Ik ging weer akkoord en kreeg weer een doorverwijzing, deze keer naar een internist in Hilversum.

Het liedje begon weer van voren af aan. Bloedprikken, een echo en het ‘er-is-eigenlijk-niet-zoveel-aan-de-hand-gesprek’. Toch besloot ik nu vol te houden en vroeg ik door over mijn opties. “Nou, we kunnen een scan maken om te kijken of de behandeling met radioactieve jodium goed bij je zal aanslaan”, stelde de internist voor. Prima, we deden de scan en… nee, helaas, mijn schildklier neemt te weinig jodium op voor een succesvolle afloop van de behandeling.

RFA

Maar er was nog een mogelijkheid, een vrij nieuwe behandeling volgens mij, gezien er in 2017 geen woord over gerept was. Met radiofrequente ablatie (RFA) zou mijn schildklier, uiteraard onder verdoving, belaagd worden met hete naalden. Dit deden ze alleen in Amersfoort, bij het Meander Ziekenhuis, dus werd ik daar naar doorverwezen. Weer een nieuwe internist, weer een nieuw ziekenhuis. De echo werd doorgestuurd zodat van tevoren kon worden bekeken of de RFA zin had en… ja hoor, ze wilden het bij me toepassen. Een telefonisch consult met de internist, die me monter vertelde dat mijn schildklier ‘als een biefstukje zou worden gebakken om daarna geleidelijk aan te slinken’, overtuigde me om de eerste medische ingreep in mijn leven aan te gaan.

Was ik nerveus? Nou en of! Op een paar oogonderzoeken en MRI-scans na had ik nog nooit een behandeling in het ziekenhuis ondergaan, En dan ook nog onder sedatie, dat is lichter dan narcose maar je slaapt wel – vond ik helemaal spannend. Ik was vooral bang dat ik toch wat van de ingreep zou voelen. Een goede vriend ging die maandag in januari, nu een jaar geleden, met me mee. Hij was heel lief en bleef bij me tot ze me ophaalden. Zodra ik in de operatiekamer lag ging alles heel snel. Ik kreeg hier en daar wat plakkers, het infuus werd aangesloten en poef, ik was weg. Zodra ik weer bijzinnen kwam wist ik precies wie en waar ik was en wat er met me was gebeurd. Nog half in slaap vlogen mijn handen omhoog naar mijn keel, waar ik wat vreemde plekjes voelde. Eerst dacht ik dat het korstjes waren, maar het bleken pleistertjes te zijn.

Omdat mijn schildklier bestaat uit meerdere gezwollen blaasjes, konden ze maar een klein deel behandelen. Echter is het verschil tussen toen en nu heel groot. Ik heb helaas geen mooie foto’s om dat te bewijzen, maar echt, in een jaar tijd is de bult flink afgenomen. Hij zit er nog wel hoor, maar hij springt nu niet meer zo in het oog. In de tussentijd heb ik nog een paar echo’s gehad, waarvan de laatste enkele weken geleden was. Toen kreeg ik het advies wat ik de afgelopen jaren omtrent de schildklier al vaker heb gehoord: nu niets meer aan doen, tenzij je er weer last van krijgt. De mogelijke bijwerkingen, zoals een tijdelijke hese stem, zijn me trouwens bespaart gebleven.

Wat nu eigenlijk de oorzaak is van deze struma, is me niet helemaal duidelijk geworden. Eigenlijk hetzelfde met mijn slechtziendheid: ik weet wat me mankeert, maar niet waarom. Ik ben een medisch mirakel, hihi. ER is me verteld dat mijn schildklier overijverig is en te veel hormonen aanmaakt. Een echte streber dus. Maar wat je niet kunt veranderen, kun je maar het beste accepteren. Of, zoals ik graag doe, er om lachen. Vele namen heeft de bult in mijn nek de afgelopen jaren gekregen, van zowel mezelf als van mijn goede vrienden. Hoe dan ook, ik verberg dit kleine (h)euvel nu niet meer!

Share this Post

About Moor

Misschien denk je wel, nu je mijn blog zo ziet, daar heb je weer zo’n blogger met een visuele beperking die haar verhaal heel bijzonder vindt. Wat zou haar verhaal meer de moeite waard maken dan dat van de zo vele anderen die online te vinden zijn? Dan zeg ik: fair point, daar heb ik geen antwoord op. Ik vind mijn verhaal niet boeiend, maar ik schrijf nou eenmaal graag. En omdat het onbeleefd is om over de levens van anderen te schrijven, schrijf ik over mezelf. Je bent vrij om te gaan, maar blijf vooral! 🙂